Hoofdstuk 1


Word jij een van ons?


Er was een grootscheepse wervingscampagne gaande voor metrocontroleurs. "Word jij een van onze 100 nieuwe collega wagenbegeleiders m/v?" Ik reisde vaak met de metro en zag hoe de controleurs hun werk deden. Het leek me een leuke baan, dus reageerde ik op die advertentie. Ik werd van harte uitgenodigd aanwezig te zijn op een informatieavond over de functie "wagenbegeleider(ster)" op maandag 11 januari 1988. Die avond werd met onder meer een diaserie aandacht besteed aan een aantal onderwerpen. Zoals het Gemeentevervoerbedrijf als werkgever, de inhoud van de functie en de opleiding. Aandachtig zat ik te luisteren en te kijken. De aanwezigheid van een licht getinte vrouw (een halfbloedje) in mijn omgeving viel me op. Zij was degene bij wie ik moest zijn om me aan te melden, zo bleek. Ik was haar eerder tegengekomen op de Vrije Universiteit, waar de studiebijeenkomsten van de Open Universiteit werden gehouden. Na een paar colleges was ze echter niet meer verschenen. Pas later kwam ik erachter dat ze bij de metro op de afdeling Personeelszaken werkte en dat ze Tanja heette. Op de informatieavond maakte ik met haar een afspraak voor een sollicitatiegesprek. Dit werd gehouden op 14 januari 1988. Ik moest een aantal documenten meenemen, waaronder diploma's, getuigschriften en andere verklaringen. Achteraf bezien was het wellicht niet zo verstandig van me om tijdens dat gesprek te vertellen dat ik bezig was met een cursus Nederlands Recht. Degene die de selectie deed leek daar niet zo gelukkig mee, want hij zei: "Ergens moeten we het afbakenen." Hij vond dat het beter zou zijn als ik alleen maar door zou gaan met mijn studie. "Ik studeer zelf arbeidsrecht," zei hij nog. Iemand van de leiding van het GVB, die erbij zat, zei niets. Het gesprek duurde ongeveer 45 minuten en zoals gebruikelijk eindigde het met: "Je hoort van ons." Ik verliet het zaaltje. Voordat ik de trap af ging kwam de selectie-man achter mij aan lopen. Hij zei iets in de trant van: "Je moet het niet doen. Deze mensen zijn..." Daar bleef het bij. Bij mij rees echter het vermoeden dat men mij eigenlijk uit de sollicitatie-procedure wilde halen of mij aan het twijfelen wilde brengen. Enkele dagen later kreeg ik een oproep voor een medisch onderzoek op maandag 18 april 1988 bij de Bedrijfsgezondheidsdienst in het Amsterdamse Scheepvaarthuis, het hoofdkantoor van het GVB. Ik was ruim op tijd aanwezig en ging bij de afdeling Personeelszaken langs, waar ik een formulier kreeg waarop ik gegevens moest invullen die nodig waren voor het onderzoek. Tot zo ver ging alles goed en ik vermoedde niet dat mij een verrassing te wachten stond. Mijn gehoor en gezichtsvermogen werden gecontroleerd. Alles was prima. Tot slot zou ik door de keuringsarts worden onderzocht. Toen ik zijn kamer binnenging zag ik niet meteen wie hij was. Ik deed mijn kleren uit, met uitzondering van het ondergoed, en ging op een bed zitten. De arts gaf een paar tikken op mijn knieën en zei toen: "Hoe gaat het met Onno?" Ik ging rechtop zitten en dacht: "Wie is dit ook weer?" Meteen daarop wist ik het. Voor mij was het een aangename verrassing, maar voor hém kennelijk niet. Zijn lichaamstaal sprak wat dat betreft boekdelen. Het was Peter. Een paar weken geleden was ik eens samen met Onno bij hem thuis geweest. Dat bezoek had overigens niet lang geduurd. Voordat we goed en wel binnen waren werden we alweer de deur uitgewerkt. Onno en Peter kenden elkaar; Peter speelde mee in een travestie-act in Onno's "Antonie Theater". In ieder geval hadden we een gemeenschappelijke kennis, dus met die keuring zat het wel snor, dacht ik zo. "Doe je aan sport?" vroeg hij. Ik zei: "Nee." "Ongezond," zei hij. Dat voelde een beetje als een koude douche. Ik diende ook nog een psychologisch onderzoek te ondergaan. Dat was de volgende dag, 15 januari. De selectie-man was er zeer opvallend bij aanwezig. Vlak voordat het onderzoek begon vroeg hij of ik me niet wilde terugtrekken uit de sollicitatie-procedure. Maar daar had ik geen enkele reden voor en dat liet ik hem duidelijk merken. Ik leefde van een WW-uitkering en had nog een paar maanden te gaan voordat ik in de Bijstand zou belanden. Dat was wat ik wilde voorkomen. Niet zozeer omdat ik van een smallere beurs zou moeten leven, maar het idee op zich zat me niet lekker. Dus waarom zou ik me door deze man laten ontmoedigen? Ik liet me dus testen. Na het onderzoek had ik nog een gesprek met iemand van de leiding. "Je hebt het dus toch gedaan hè," zei de selecteur. Maar ik kon doorgaan in de procedure. Op 19 januari 1988 werd aan het GVB schriftelijk verslag uitgebracht over het psychologisch onderzoek. Het resultaat viel voor mij helemaal niet zo slecht uit. "Zijn verstandelijke capaciteiten zijn toereikend voor de functie," vond de psycholoog. Desalniettemin schreef hij ook, dat ik niet volledig aan de eisen voor de functie voldeed en enigszins tekortschoot in het verwerken van spanningen. Let wel: "enigszins".
Een merkwaardig opmerking die bij mij de hele systeem van psychologische test in twijfel trok. Minimaal werd LBO-niveau gevraagd. Dit hield dus in dat mijn niveau nog lager zou zijn.
De selecteur - hij bleek Ton te heten - belde me dezelfde dag nog met de mededeling dat de arts me had afgekeurd omdat volgens hem in de toekomst problemen te verwachten zouden zijn. Ik wilde natuurlijk weten wat voor problemen, verband houdend met mijn gezondheid, dat dan wel waren. Maar daarop kreeg ik geen antwoord. Ik liet het er niet bij zitten en schreef dezelfde dag een brief aan het GVB, waarin ik bezwaar aantekende tegen de mondelinge afwijzing. Was dit het begin van een treitercampagne, vroeg ik me af. Voelde de selecteur zich op de tenen getrapt? Wilde hij hoe dan ook gelijk krijgen? Het waren vragen die waarschijnlijk onbeantwoord zouden blijven. Maar ik zat er wél mee. Want mogelijk had iemand bij het GVB zich behoorlijk gekrenkt gevoeld.

Naar Inhoud


Copyright © 2000 - William Anthony
All Rights Reserved
Webmaster