Hoofdstuk 2


Zwartmakerij


Ik kreeg ten slotte een jaarcontract. Maar ik moest daar wel de nodige moeite voor doen - zoals het schrijven van dat bezwaarschrift tegen mijn telefonische afwijzing. Hierin liet ik het GVB weten dat de afwijzing in strijd was met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Dat ik een rechtenstudie volgde kon niet zodanig van invloed zijn op toekomstige collega's, dat het hun belangen of die van de gemeente zou kunnen schaden. Het ten grondslag gelegde argument beschouwde ik dan ook als een inbreuk op het motiveringsbeginsel. Later zag ik mijn personeelsdossier dat de chef Wagenbegeleiders mijn brief op 19 januari 1988 had behandeld. Dat er inderdáád geen gegronde reden was om de sollicitatieprocedure met mij af te breken, viel te concluderen uit een schrijven waarin stond dat ik met ingang van 18 april 1988 in dienst kon treden van het Gemeentevervoerbedrijf. Die dag was ik tijdig, om 08.30 uur, aanwezig in het Scheepvaarthuis. De arbeidsovereenkomst was reeds op 12 april namens de burgemeester van Amsterdam getekend. Er waren alleen nog enkele formaliteiten nodig. Zoals het maken van een foto voor een pasje en het ophalen van sleutels. De dag daarna begon de opleiding Bijzonder Opsporingsambtenaar Wet personenvervoer in de functie van kaartcontroleur. Ik rondde de opleiding, die ongeveer 7 weken duurde, met goed gevolg af. Dit alles was onderdeel van een project om de veiligheid in tram en metro te bevorderen, informatie te verschaffen aan passagiers en te controleren op plaatsbewijzen. Veiligheid, informatie, controle: het VIC-project. Daarbij lag het accent echter voornamelijk op het terugdringen van het zwartrijden. Voor de afwisseling kwam er nog een taak bij: vervoersbewijzen verkopen en toezicht houden op de stations. Ondanks de perikelen rond mijn aanstelling begon alles goed. Na het volgen van nog een andere opleiding was ik ook inzetbaar op de metrostations. Toen alles rond was kreeg ik de "beschikking houdende aanwijzing van een opsporingsambtenaar". Mijn beëdiging volgde in juli 1988 in het kantongerecht aan de Parnassusweg in Amsterdam. Ik was nu VIC'er - zo noemden wij ons. Kort daarop was er een vacature voor de functie van metrobestuurder / stationbeambte. Ik solliciteerde maar werd afgewezen. De reden daarvan lag in het feit dat ik niet zou voldoen aan de in de kennisgeving gestelde eis van "een hoge mate van inzetbaarheid over een langere periode". Hoezo? Het was opnieuw zo'n ongefundeerd argument; van hetzelfde soort als bij mijn eerste sollicitatie. Want waaruit bleek dan wel dat ik over een langere periode niet in hoge mate inzetbaar zou zijn? Ik vond het echter beter om er verder maar geen aandacht aan te besteden. Aan een opgestoken vinger zou ik toch niets hebben. Ik was pas kort in dienst, kende de bedrijfscultuur nog niet en mijn arbeidsovereenkomst gold maar voor een jaar. Met andere woorden: het leek me dienstig om conflicten maar zo veel mogelijk te vermijden. De zomer kwam eraan en het werd vakantietijd. So far so good. Er heerste best wel een gezellige sfeer: met een hele groep aan het werk op de metro. Wij waren kersvers, dus we hadden er wel zin in. In onze blauwe pakken vertrokken we vanuit de basis op het Weesperplein in een stemming van "aanvallen". Geen geldig vervoersbewijs hield in: een bekeuring. Ik heb er nogal wat naar eer en geweten uitgeschreven. In juli kreeg ik een zogeheten waarnemingsbriefje; een soort beoordeling. Alles was voldoende. Voor administratie kreeg ik zelfs een plus-voldoende. Ik was ontzettend blij met de baan en even dacht ik rustig verder te kunnen gaan met mijn rechtenstudie. Ondanks de drukte van het werk lukte het mij in april in ieder geval het tentamen over de Encyclopedie der Rechtsgeleerdheid te doen. De andere modules lagen er nog en een rustige stationsdienst was heel geschikt om wat studiemateriaal door te nemen. De vraag was echter voor hoe lang. Een aantal collega's begon zich ervoor te interesseren. Sommigen hadden een of ander juridisch probleem en wilden daarover praten. Het waren mensen die langdurig werkloos waren geweest en nu via het VIC-project aan een baan waren geholpen. Maar vaak lag dat toch gevoelig, vooral wanneer er een aanknopingpunt was dat in verband gebracht kon worden met de positie van buitenlanders. Actueel was een discussie over de komst van een zogeheten Allochtonenoverleg. Het eerste onderwerp daarbij zou de opkomst zijn. In het kader van dit overleg zouden ook activiteiten worden ontwikkeld die gericht waren tegen racisme, discriminatie en achterstelling van allochtonen binnen het GVB. Sommige collega's van autochtone afkomst bleken daar moeilijkheden mee te hebben. Anderen wilden niet in de categorie "allochtoon" ingedeeld worden, en omgekeerd. Ik wil geen verband leggen tussen de instelling van dat Allochtonenoverleg en de beschuldiging van een collega aan mijn adres. Uit een brief van de ploegchef aan de chef Wagenbegeleiders blijkt dat die collega, Inge van Daalen, mij in een rapport betichtte van het seponeren van processen-verbaal van allochtonen, terwijl deze aan het zwartrijden waren. Het leek wel een gerichte aanval van die collega, want de volgende dag schreef ze nóg zo'n rapport. Die rapporten gingen in een dossier dat geheim bleef. Ik mocht ze zelf niet lezen. En toen begon het gezeik. Amper een week later werd namelijk op verzoek van een aantal VIC'ers, aangevoerd door Ger Verdam, een vriend van Van Daalen, een werkbespreking belegd in verband met mijn functioneren. De kern van het probleem bleek betrekking te hebben op het daadwerkelijk assisteren bij uit de hand lopende zaken tijdens het "code lopen". Verdam wilde weten of ik bereid was om zonodig te vechten. Daar was ik duidelijk in. Ik gaf aan dat ik me van iedere vorm van geweld distantieerde, in het bijzonder als dit geweld schijnbaar werd uitgelokt. De ploegchef rapporteerde dit aan de chef Wagenbegeleiders en voegde eraan toe: "Tevens zou er sprake zijn van pardonneren van passagiers van etnische groeperingen, rapport Van Daalen 11 en 12 september '88. Ondanks de aantijgingen blijft dhr Anthony dienstvaardig, rustig en beheerst. De aan hem opgedragen werkzaamheden voert hij zonder tegenspraak en twijfel uit."

Naar Inhoud


Copyright © 2000 - William Anthony
All Rights Reserved
Webmaster