Hoofdstuk 3


Als het je niet bevalt


Blijkbaar namen Verdam en zijn vrienden geen genoegen met het resultaat van het gesprek, want ze bleven doorgaan met hun aantijgingen. Van één hen kreeg ik te horen dat als het mij niet beviel, ik maar beter kon vertrekken. Ik voelde me in het nauw gedreven. In november zou mijn arbeidsovereenkomst tussentijds ontbonden worden. Ik zou dan in tijdelijke dienst worden aangesteld conform het ARA, het Ambtenarenreglement Amsterdam. Ik zou dan ambtenaar worden. Door het gezeik van die collega's kwam mijn uitzicht op een vaste aanstelling bij de gemeente Amsterdam echter in gevaar. Herman de Beer, ploegchef Wagenbegeleiders, begon een beetje wanhopig te worden. Hij wist niet meer wat hij met de stroom klachten over mij aan moest. Op de steun van de medezeggenschapscommissie kon ik niet rekenen. Ik had dan ook geen andere keuze dan een beroep te doen op de vertrouwensvrouw, Maureen Vreede. Zij was van Surinaamse afkomst en door de adjunct-directeur, ook van Surinaams afkomst, aangesteld om racisme en discriminatie bij het GVB in kaart te brengen. Toen men hoorde dat de vertrouwensvrouw voor een gesprek zou komen hield het getreiter ineens op. In oktober sprak de vertrouwensvrouw met de ploegchef en maakte een verslag van dat gesprek. "Nee, volgens mij is er geen sprake van 'discriminatie', misschien wel een verstoorde werkrelatie," meende de ploegchef. "Ik zal vanuit mijn eigen deskundigheid deze kwestie uitzoeken en verder begeleiden," beloofde hij. Hij ging verder: "De heer Anthony is een goede werknemer, maar hij sluit zich moeilijk aan bij anderen. Als er iets is voorgevallen denkt hij er te lang over na. Hij zal zich moeten aanpassen. Ook het feit dat hij van een collega moest horen dat 'als het hem niet bevalt, hij maar beter kan vertrekken' zal rechtgetrokken worden." De vertrouwensvrouw: "Was het gesprek met de groep bevredigend?" De ploegchef: "Het is inderdaad zo dat het gesprek met de hele groep niet bevredigend is geweest en ik zal erop terugkomen." De vertrouwensvrouw sprak de hoop uit op een goede afloop. Ze zou het vervolg van de aanpak en eventuele oplossingen van de ploegchef verwachtingsvol tegemoet zien. Hier zouden de leidinggevenden wel niet al te blij mee zijn, dacht ik. Maar ik moest toch érgens hulp zien te vinden. Er was een heftige periode op komst. Steeds vaker werd ingebroken in de ruimtes waar we de kaartjes voor de metro verkochten. Aangezien we ook 's avonds onderweg waren met contant geld en strippenkaarten kwam het gevaar om overvallen worden dichterbij. De directie van het GVB besloot de kaartverkoop in de metrostations tijdelijk stop te zetten, ook al omdat acties van de vakbond dreigden. Daarnaast was er ook nog de kwestie van de aanstelling tot wagenbegeleider. Wat zou het gaan worden? Voorlopige aanstelling? Vaste aanstelling? Beëindiging contract? Wie moest het veld ruimen? Want het was duidelijk dat voor sommige collega's die een jaar in dienst waren het doek zou vallen. In november schreef de ploegchef aan de vertrouwensvrouw dat op dat moment wat mij betrof weinig of geen negatieve signalen meer waren vernomen. Maar die brief was de deur nog niet uit of er werd door de collega's weer een werkoverleg gehouden. Verdam kondigde aan dat hij een gesprek zou aanvragen met de leiding, waarbij hij mijn seksleven ter sprake wilde brengen. Dat zou volgens hem een slechte invloed op de ploeg hebben. Ik meende dat die jongen zich beter kon bezighouden met de zaken die zich rond het werk afspeelden. Inbraken op metrostations, onschuldige collega's die werden overvallen, rancuneuze passagiers die niet schroomden een controleur in het gezicht te spuwen, en een paar vechtlustige collega's die te graag de beuk erin wilden gooien. Dat soort zaken was mijns inziens belangrijker dan de nieuwsgierigheid over de vraag met wie het ik het bed deelde, met een man of met een vrouw, en over "hoe we het deden". Ik weigerde daarover openheid te geven. Een vrouwelijke collega had een lesbische relatie met een Antilliaanse meisje, dat ook regelmatig bij haar op het werk was. Als zij alles over hun relatie wilden vertellen was dat hún zaak, vond ik. Ik had er geen behoefte aan uitgebreid over mijn privé leven te praten met collega's. Zeker niet wanneer ik het gevoel had dat ik daar min of meer toe gedwongen werd. Het leek alsof Verdam vond dat hij aan één of meer mensen iets moest bewijzen. Maar wat? Zijn machoïsme? Het was zoiets van: "Ik ben hier de man." Zijn verzoek om een gesprek over mij werd door de ploegchef ingewilligd. Het werd gehouden in een ruimte op station Bullewijk. Dat het over mij zou gaan was duidelijk en dat Verdam zich niet op zijn gemak voelde was ook te merken. Hij durfde niet precies niet te zeggen wat zich volgens hem precies afspeelde. Na wat gedraai en gegrom zei hij: "Ik wil naar ploeg 7." Dat was de ploeg waar zijn vrienden in zaten; onder andere Van Daalen. "Ik voel dat ik beter in die ploeg pas," betoogde hij. De ploegchef wees dat af: "Jij gaat niet naar ploeg 7 en ploeg 3 wordt ook geen afspiegeling daarvan. Hier wordt niemand als zondebok aangewezen." Verdam vertelde verder dat hij zich niet veilig voelde en vond dat hij uitgerust moest worden met een wapenstok en een vuurwapen om het werk naar behoren te kunnen uitvoeren. Hij wilde weten wat ik ervan vond en voor de zoveelste legde ik hem uit hoe ik over het gebruik van geweld in het openbaar vervoer dacht. Beetje bij beetje begon het gesprek op gang te komen. Een collega van Surinaamse afkomst, Laura Ferrier, die nog niet zo lang bij de ploeg was, begon te praten. Zij wilde aangeven hoe ik me bewoog en maakte daarbij overdreven vrouwelijke gebaren. "Ik wil niet 'zo' gezien worden door het publiek," zei ze. "Ik moet ook in dat apenpak lopen." De ploegchef hakte meteen op haar in en zei: "Ik moet dat apenpak óók dragen." Verdam bleef intussen bij zijn bezwaren. "Ik heb er wel degelijk een probleem mee," zei hij.

Naar Inhoud


Copyright © 2000 - William Anthony
All Rights Reserved
Webmaster