De vrouwenstem op het antwoordapparaat klonk een beetje geheimzinnig. Uit de achtergelaten boodschap bleek duidelijk dat het om een optreden ging. Maar het telefoonnummer was in de U.S.A.
'Wie zou mij vanuit de U.S.A. bellen voor een optreden? Ze zullen heus wel een andere keer bellen', dacht ik.
En jawel, een paar dagen later kreeg ik opnieuw dat telefoontje. Toen ging bij mij een lichtje branden.
Dat waren die meneer en mevrouw van de Rotary Club.
Ze hadden eerder een optreden van me meegemaakt bij Van der Valk. Op diezelfde avond werd ik gepolst voor een optreden bij de Rotary Club. 'Je hoort het wel van ons', zei de meneer.
Dat zinnetje klonk bekend in mijn oren!
Het duurde enkele maanden, maar hij heeft zich aan zijn woord gehouden. Hij vertelde dat hij iets bijzonders wilde gaan doen
tijdens een 'ladies night' diner van de Rotary Club. Ergens in de buurt van Amsterdam. Waar precies zou later aan mij bekend gemaakt worden. In de dagen voor het optreden belde hij nog een paar keer. We namen toen even de formaliteiten door.
Een beetje geheimzinnig vond ik het allemaal, maar met al die 'captains of industry' bij elkaar was het misschien wel nodig.
De dag van het optreden moest ik in een hotel zijn. Het enige in het dorp. Volgens de routebeschrijving kon niets misgaan. Maar op de dag zelf reed ik het gebouw voorbij. Ik kwam bijna aan het einde van het dorp. Ik keerde om en reed terug.
Juist, daar stond het hotel. Het was een onopvallend gebouw op de hoek van de straat, verborgen achter oranje zuilen. Er was geen verschil te zien tussen dat hotel en de panden ernaast. Ik parkeerde mijn auto en liep erheen. Buiten waaide een aangenaam frisse wind. Op het terras van een nabijgelegen café stonden een paar mensen, met een glas bier in de hand, te genieten van het begin van de avond. De zomer was bijna voorbij. Als het niet bewolkt was, zou de zon rond dat tijdstip nog fel aan de hemel staan. Dan zou mijn optreden waarschijnlijk buiten plaats hebben gevonden. Toen ik het hotel binnenliep, zag ik dat het personeel nog bezig was de laatste hand te leggen aan de keurig gedekte tafels. Het tafelkleed was zalmachtig van kleur en hing strak over de tafels. Het bestek was precies volgens de etiquette-regels neergelegd.
Op ieder tafel stonden kaarsen en een vaasje met bloemen.
De borden moesten nog geplaatst worden.
In een hoek van de L-vormige zaal stond een witte piano.
Je zou haast gaan denken dat er een wereldberoemde pianist die avond zou gaan vullen.
Van de kok mocht ik een kijkje in de keuken nemen en hij gaf uitleg over het hoofdmenu. Ossenhaas met drie stokjes asperge en een lekker sausje.
Aftastend en lettend op de reactie uit de zaal begon ik met mijn optreden. Toen de eerste paren hun eerste danspasjes gingen doen, leek het alsof een behoorlijk gewicht van me afviel.
De stoelen en tafels waarop de welkom-drankjes en -hapjes stonden, werden aan de kant geschoven om plaats te maken voor de
danslustige gasten. Binnen enkele minuten stond bijna iedereen op de dansvloer. Nou ja, dansvloer. De nabijgelegen zaal die normaal gesproken als ontvangsthal dienst deed, werd voor deze gelegenheid omgebouwd tot een dansvloer.
Tijdens de aankondiging van mijn tweede optreden vroeg de gastheer door de microfoon aan mij of ik iets over mijn succesvolle artistieke carrière wilde vertellen. Ik was enigszins verrast, want dat hadden wij niet afgesproken.
Ik had nog wat moeite om me op dat moment aan te prijzen.
Dus vertelde ik waar ik geboren ben, wanneer ik was begonnen met zingen en natuurlijk ook over de onderscheidingen. Ik zei dat het misschien een idee zou zijn een boek daarover te schrijven. Immers, met dat idee was ik al tijd mee bezig.
Aan de donkere hemel flitste in het zuiden een felle lichtbundel. 'Ze zijn banaan aan het bakken op Venezuela', zeiden we dan vaak. Bij wijze van grap. Want het was de bliksem-flits in het zuiden. In die richting ligt Venezuela. Als de atmosfeer het toelaat, kan men soms vanaf de Bonairiaanse kust de bergen in Venezuela zien. De afstand is maar ongeveer 60 km tot de noordkust van Venezuela. Bonaire heeft een oppervlakte van 288 vierkante km met een vorm die doet denken aan een naar voren gebogen reus. Naar het zuidwesten ligt de holle zijde met in de bocht het eilandje Klein Bonaire. Dit eilandje is onbewoond, maar trekt veel bezoekers die per boot erheen gaan. In het heldere zeewater genieten de bezoekers van het leven op de zeebodem aan de Bonairiaanse kust. Het geruis van de noordoostpasaat door het tropische struikgewas en over de rotsachtige heuvels kan soms spookachtig klinken. Krakende takken van divi-divi bomen, geritsel van bladeren, de melodieuze koorzang van verschillende vogelsoorten in hun pracht en praal, het klinkt allemaal vrolijk in de natuur van Bonaire. In de regentijd wordt alles extra verfraaid door bloeiende planten en bomen. Elk jaar heeft Bonaire een aantal feestdagen die met muziek worden opgeluisterd. In het algemeen gaat het om folkloristische evenementen die door de eeuwen heen zijn ingeburgerd. Reeds vóór de komst van de Spanjaarden in 1499 hadden de Indianen, de oorspronkelijke bewoners, hun eigen muziek en liederen. In het boek Muziek en Musici van de Nederlandse Antillen geeft de auteur Edgar Palm aan dat de Indianen de schelp van zeeslakken (Karkó) als blaasinstrument gebruikten. Kleine fluiten werden gemaakt uit beenderen van dieren. Met de komst van de Spanjaarden en het groeiende handelsverkeer van de West-Indische Compagnie kwam daar verandering in. Aan het begin en in het midden van de negentiende eeuw bestond het klassieke repertoire op de Nederlandse Antillen voornamelijk uit werken van Europese componisten. Rond 1800 werden aan boord van zeilschepen diverse muziekinstrumenten, zoals fluit, viool, gitaar en blaasinstrumenten, uit Europa naar Curaçao en Venezuela aangevoerd.
|
De muzikale activiteiten op Bonaire waren misschien wel zeer beperkt. Bonaire was ook heel dun bevolkt en men was erg devoot. Maar kennelijk leefde er een
verlangen naar entertainment. Dit uitte zich ook toen Papa Cornés zijn 100ste verjaardag vierde op 27 september 1849. Ergens was een
danspartij. En aangezien Ma Perina Piar toen een menuet, die Franse hofdans met een sierlijk karakter, met Papa Cornés heeft gedanst, moet er muziek hebben geklonken.
In de kerk werd in ieder geval wel muziek gespeeld. Dat deed eerst Ma Emma. Daarna kwam Betsy Muskus. Ook zij speelde orgel in de kerk van Playa. Mathilde de Bruyn leerde orgelspelen bij Betsy. Een zangeres was er ook, Ariëtte de Groot. Zij was eveneens zeer kerks.
De koorzang beperkte zich tot het opluisteren van de kerkdienst. Later werden de concertkoren Kanta Orkidia en Ars Cantandi opgericht. Kamermuziek werd alleen in eigen kring beoefend.
Binnen mijn bedoeling kan ik met bovenstaande opsomming volstaan. De ontwikkeling heeft zich dan voortgezet, wat er later toe geleid heeft dat er muziekgroepen op Bonaire werden opgericht, die zich steeds breder gingen oriënteren. Dr. J. Hartog: 'Bonaire heeft ettelijke eigen conjunto's of plaatselijke muziekgezelschappen en bands, maar merkwaardig is, dat ook al leveren zij prestaties die er mogen zijn, bij bijzondere gelegenheden toch een band uit Curaçao overkomt.' Hoe dan ook men bleef op Bonaire de eigen muziek beoefenen.
Mijn oom, Tavio Sint Jago (1914), stuurde me een kort resumé van enkele muzikale activiteiten uit de periode 1925-1957 in Rincón. Ik laat Tavio zelf aan het woord:
'Vioolspelers waren: mijn vader Pol Sint Jago alias Polli Spekkie, Els 'Makakoe' Schermer, John 'Pottopotto' Pourier en ook Pol di Koenkoen. Grote gitaar: Chandie Vlijt en Manuel Piar.
Tambú: Tochi di Nellie en Tochi di Louisa. Dit zijn degenen die in het jaar 1925 toen ik opgroeide - voor zover ik mij het kan
herinneren - speelden.'
Tavio had in het jaar 1934 Bongo opgericht. In die tijd was hij verloofd met Machi. En hij had 's avonds achter het hek voor haar gezongen zodat ze dat binnen konden horen.
'Ik heb gezongen:
| Ta bo ta e unico Moza Ku mi por stima tantu Mi ke bira bo esklabo Pa sirbibo henter bo bida | Je bent het enige liefje Van wie ik zoveel kan houden Ik wil je slaaf worden Om je je hele leven te dienen vrije vertaling |
(ze trouwden in 1935)
'Rincón was toen heel anders. Ja! Ik heb de Bongo muziekgroep in 1934 opgericht. Ik was de zanger en speelde palitoe. Maurens Molina speelde marimúla, Demetio de gitaar, Chandie Vlijt op tres, Clement de kwarta en verschillende jongelui zongen het koor.'
Erwin Palman maakte in 1957 opnames van zijn liedjes en stuurde ze naar Horacio Hoyer. Elke vrijdagavond was er een programma van 15 minuten op de radio met de liedjes van Tavio:
'Zo zijn we begonnen Bonaire onder de aandacht van de Curaçaose bevolking te brengen. Horacio Hoyer vond het geweldig en hij maakte een plaat van mijn lied Ma Sa Ku Ta Bo (Ik wist dat jij het was). Daarna heeft Horacio het gebouw van Radio Hoyer 3 gebouwd waarin nu Radio Bon FM zetelt. Er is zoveel te vertellen.'
Later heb ik Tavio gebeld om hem voor zijn medewerking te bedanken. In dat telefoongesprek vertelde hij dat Horacio Hoyer 25 platen aan hem had gestuurd. Hij had ze aan de Liberty Bar verkocht. Van de B-kant van de plaat zong hij het refrein van
Desconsolado:
E rench'i oro
Ku m'a regalabo
No ta kos di papia
Pa pueblo hanja sa'Houd het stil
Dat je van mij
Een gouden ring
Hebt gekregen
(vrije vetaling>
In Playa gebeurde ook het één en ander op muzikaal gebied. Er bestond een muziekgroep met de naam Magnolia. Daarover vertelde mv. Dulia Dortalina dat haar vader, Kechi Dortalina (1907-1993), gitaar, kwarta en mandoline speelde, zonder ooit muzieklessen te hebben gehad: 'Waarschijnlijk had hij die aanleg van zijn vader geërfd, die goed op een klarinet muziek kon maken. Samen met een paar mensen, o.a. Popo Nicolaas, Momon Marchena, Charles Beukenboom en Papachi Nicolaas maakten ze muziek. Die groep bestond van ongeveer 1945 tot 1965 en speelde bij mensen thuis en tijdens de Paranda di Kambio di Anja (jaarwisseling). Met deze formatie speelde Pa Kechi de kwarta, de anderen gitaar en Papachi Nicolaas blies de fluit. Zij kochten hun instrumenten in het buitenland, maar Pa Kechi heeft met succes, zij het op een primitieve wijze, zelf gitaren en kwartas gemaakt. Hij verkocht ze tegen een redelijke vergoeding aan de leerlingen van de muziekschool. Zelfs volwassenen waren geïnteresseerd in zijn selfmade gitaren en kwartas. Ze klonken zuiver.' Aldus Du Dortelina.
Omstreeks 1951 heeft Quinteto Bonaire in de Studio Thomas A. Henriquez op Curaçao een aantal 78-toerenplaten opgenomen. De muzikanten waren merendeels Bonairianen woonachtig op Curaçao. In de opname van Simadan (HEN 128, Musika, 1016 A) is duidelijk een viool aanwezig. Aan de uitvoering te horen, denk ik dat de groep een bepaalde eigen sfeer wilde toevoegen aan dit folkloristische lied. Traditiegetrouw werd en wordt er jaarlijks bij elke maïsoogst op Bonaire feestgevierd: Simadan. Op de verschillende plantages moest er maïs worden geoogst. Daarbij hielp men elkaar. Zodra men klaar was, barstte het feest los. Een uiting van blijdschap in verband met de binnengehaalde masoogst. Bij dit volksfeest werd er gedronken, gegeten, muziek gemaakt, gezongen en gedanst. In de Simadan komen er danspasjes voor, die ook te vinden zijn bij de menuet. Vooral het in stappen naar voren en achter dansen, het sierlijke draai, elkaar tegemoet komen en de knikje door de knie zijn de overeenkomsten. Deze Simadan dansstijl zou waarschijnlijk aan het eind van de 18de eeuw op Bonaire geïntroduceerd zijn. Tijdens de Franse Revolutie, 1789 en 1795, hebben veel Fransen zich op het eiland gevestigd. Ze deden aan veeteelt en landbouw. Opmerkelijk is dat de naam van een meer op Bonaire ook een franse woord is: Lac. Op de stranden van Lac-meer liggen metershoog de Karkó-schelpen opgestapeld. Die zijn daar eeuwenlang door mensen neergegooid. Naast de verschillende soorten instrumenten zoals gitaar, kwarta, tambú, chapi en wiri speelt ook nu nog steeds de schelp van de Karkó (Strombus Gigas/Queen Conch) een belangrijke rol in de folkloristische muziekgroepen. Hij wordt gebruikt als blaasinstrument, nadat het schelpdier eruit is gehaald. Het schelpdier is voor de Bonairiaan een delicatesse. Het wordt op verschillende manieren voor consumptie klaargemaakt: gestoofd, gebraden of geconserveerd in azijn.
|
Men zegt dat het de seksuele potentie verhoogt!
Maar behalve dat had de Karkó-schelp meerdere functies, zoals sein instrument op de vissersboten en werd ook geblazen wanneer iemand uit het dorp was vermist.
Aangezien het eiland Bonaire oorspronkelijk een besloten gebied van het Gouvernement was (tot 1759 een compagniesplantage, in 1868 werden de domeingronden verkaveld), waarop particulieren uitsluitend onder bepaalde 'voorwaarden' toegang hadden, zou verondersteld kunnen worden dat alleen bij bijzondere gelegenheden een salonfeest werd georganiseerd.
Er was een aantal grote huizen met een ruime zaal. Die was er niet voor niets. De huizen van Hermanos Herrera (1896) en de familie Prins-Debrot (1890) hadden ook zo'n grote zaal. Die twee staan bekend als de Discotheek Paradiso (voorheen Discotheek E Wowo) en de voormalige Pasanggrahan.
In de tijd van Gezaghebber P.H. van Leeuwen (1939-1943) werd een
muziektent gebouwd. Maar er ontbrak een fanfarekorps op Bonaire. Dus werd waarschijnlijk in beperkte mate gebruik van gemaakt.
Jeugdhuis Jong Bonaire was de theater op Bonaire.
Daar heb ik nog toneel gespeeld in mijn padvinderstijd.
Op het gebied van muziek uitvoeringen, gebeurde in de bioscopen Theaters Carib en Oranje ook het een en andere.

![]() |
De meest populaire huizen waren Jatu Baco en Cas di Vlijt. In diverse boeken wordt melding gemaakt van de feesten op plantage Jatu Bako. Daar werd zelfs de vlag gehesen als aankondiging dat er een feest was en jaarlijks werd er ook Simadan gevierd. Als kind heb ik nog tot zowat 1965 van die feesten gehoord. Mijn moeder was een actief lid van de Partido Progresista geleid door de familie Beukenboom, die op Jatu Bako feesten organiseerde. Dat landhuis kan in één adem genoemd worden met Cas di Vlijt. De eigenaar was namelijk de Commandeur van Bonaire. Zijn dochter was getrouwd met zijn assistent en opzichter. De Commandeur raakte omstreeks 1833 betrokken bij een schandaal inzake het bouwen van een huis. Vanuit Curaçao had de overheid geld naar Bonaire gestuurd voor het bouwen van een nieuw huis in Playa voor de Commandeur (Gezaghebber). Maar de opzichter (de schoonzoon dus) gebruikte het geld voor het bouwen van een huis met 3 verdiepingen en 14 kamers bij een zoutpan met de naam Vlijt. De Commandeur moest in 1859 wegens de financiële ongeregeldheden aftreden. Hij werd toen eigenaar van Jatu Bako. Zijn schoonzoon mocht over Cas di Vlijt blijven beschikken. Later heeft hij het weer teruggegeven aan de overheid. Monsieur A. Nouel kocht het huis op de veiling en hij verhuurde de grote zaal van het huis voor feestpartijen. Cas di Vlijt had een prachtige danssalon. De muren waren versierd met druiventakken gemaakt van klei. Vaak werd daar tot diep in de nacht Baila Tira Pia gedanst. Er was een geweldige vioolspeler, Shon Els alias Els Makaku, die altijd de feesten van Vlijt met zijn viool opluisterde. Maar Nouel vond het huis veel te groot en verkocht het rond 1900 aan Nene George, een scheepskapitein uit Venezuela. Die sloopte het huis en bouwde het grote Landhuis Vlijt op het terrein. Landhuis Vlijt had 2 voorkamers, een grote zaal, 5 slaapkamers, een keuken, een eetzaal, een aparte schuur voor de was en tevens opslagplaats. De regenbak van Cas di Vlijt liet Nene George in haar oorspronkelijke staat. Deze had een formaat van ongeveer 10 m lang bij 5 m breed en 7 m diep. Het terrein was heel groot en Nene hield daar paarden, ezels, geiten en schapen op. In Landhuis Vlijt werden ook feesten gehouden. De dochter van Nene George, Mv. P.V. (Mama Lita) Martinus wed. Dortalina (1903): 'Mijn ouders organiseerden feesten bij speciale gelegenheden. Toen mijn oudste zuster 20 werd, hebben ze Baile Di Sinta (Lintendans) gedanst. Wij waren 5 broers en zusters en onze trouwfeesten werden in Landhuis Vlijt gevierd. In 1961 hebben wij de 100ste verjaardag van Pachi Nene gevierd. Hij stierf op de leeftijd van 100 jaar en 6 maanden.' De perikelen rond Cas di Vlijt waren blijkbaar zo indrukwekkend, dat zelfs de hond van de nieuwe eigenaren de naam Vlijt kreeg. Het was een intelligente hond. Ma Lita vertelde verder dat haar moeder Jetti lekker brood en taart kon bakken. En als het meel onverwacht op was, hing ze een tas om de hals van Vlijt en stuurde deze om boodschappen te halen. De hond holde naar de winkel, deed daar de boodschappen en leverde ze netjes thuis af. Landhuis Vlijt is later gesloopt.
Ons huis lag op een heuvel genaamd Cer'i Diabel. Zelf heb nooit eentje voor de deur gezien of kunnen herkennen. Jij wel? Maar er werd veel verteld over ezels met ijzeren hoeven, die vooral 's nachts rond de vasten periode door het dorp heen trokken. In het dorp Rincón, waar ik geboren ben was het heel rustig. Eens in de zoveel tijd was er ergens een feest en dan werd er muziek gespeeld. Radio Hoyer 3, Bos di Bonaire, was de enige lokale omroep. De uitzending begon om 18.00 uur met Wilhelmus van Nassouwe en eindigde om 21.00 uur met Wilhelmus van Nassouwe. De programma's waren zeer gevarieerd: merengue, salsa, son/mambo, calypso, Antilliaanse muziek, Europese muziek, Amerikaanse muziek, enfin een breed aanbod. Overlijdensberichten werden aangekondigd met het Ave Maria van Johan Sebastian Bach of van Charles Gounod. Van de leukste platen schreven wij, jongeren, de teksten op, terwijl de plaat op de radio werd uitgezonden. Natuurlijk konden we ook andere radiostations uit de regio ontvangen. Op zondagmiddag was het tijd om op Aruba af te stemmen voor het programma Butishi di Alegria of op Curaçao voor het programma Bulundánga. We hadden thuis een radio staan, dus daarom was het niet nodig om naar elders te gaan. Voor film of televisie was dat anders. Om de paar weken kwam het Cultureel Centrum Bonaire films draaien in het dorp. Het was in de openlucht en kostte ons niets. Meestal waren het cowboyfilms die na een uitgebreid journaal over Nederland werden gedraaid. Begin jaren zestig kwam de televisie op Bonaire en toen hield het langzamerhand op met de gesubsidieerde bioscoop. Slechts enkele mensen hadden een televisie in huis. Alleen Telecuraçao was soms te ontvangen tussen 17.00 en 23.00 uur. Dus 's avonds probeerde ik vaak nog om even bij de buren TV te gaan kijken. Maar bij terugkeer naar huis was het inmiddels al donker geworden. En in de duisternis werd weleens een geintje uitgehaald door iemand die op sensatie belust was. Er gingen allerlei sterke verhalen rond. Zo werden er verteld over mensen die waren verdwaald en nooit meer teruggevonden werden of ergens anders terechtkwamen. Men zei dan dat ze meegenomen waren door de boze geesten van mensen die een duister leven hadden geleid. Na hun dood konden ze geen rust in het graf vinden en bleven hun geesten ronddwalen.
De dag was amper aangebroken, toen ik me nog aan het voorbereiden was op mijn fietstocht naar Kralendijk. Technisch was de fiets in goede staat. De laatste keer dat ik op de fiets was gestapt, was maar een paar weken geleden. Toen had ik er nog aan gesleuteld. Het moest wel. De politie had me betrapt met een fiets zonder rem. Mister 'Bellbottom', de politieagent, wees me op de gevaren van rijden met een fiets zonder rem. We noemden hem 'Bellbottom' vanwege de vorm van zijn bakkebaarden. In die tijd, rond 1972, waren broeken met wijde pijpen in de mode: bellbottoms. Zijn bakkebaarden hadden net zo'n vorm. Hij was een aardige man. Ik volgde zijn advies en repareerde de remmen. De fiets stond al jaren in het lege huis van mijn tante. Toen ze met het hele gezin naar Curaçao verhuisde, was de fiets, een doortrapper, in het huis achtergebleven. Hij werd door een nichtje van me gebruikt als ze voor een paar dagen op Bonaire was. Maar sinds ik naar de LTS was gegaan, werd de doortrapper een object van onderzoek voor mij. Ik haalde hem uit elkaar en zette hem weer in elkaar.Ik gaf hem een hemelsblauwe kleur, monteerde linker- en rechterspiegel en een claxon op het stuur. Voor die fietstocht naar Playa was alles nog een keer gecontroleerd. Vrijdag had ik in de pauze moedig aangekondigd dat ik op zaterdag per fiets naar Playa zou gaan om met een band te repeteren. Een paar klasgenoten uit Playa hadden een band en wilden de jongens uit de MAVO overtreffen. Ze waren opzoek naar een zanger voor versterking van de MAVO-band. In de zin van 'wij sturen versterking voor jullie ook!' Aanvankelijk bleef ik op afstand. Maar al snel vroegen ze me om met de MAVO band een liedje te gaan zingen.
|
Er zou toch weinig te beleven zijn in Rincon. De anderen begonnen de boel flink aan te moedigen, dus het idee leek aan me verkocht te zijn. Maar er was een probleem. 's Avonds was er geen vervoer naar Playa. Ik zag kans om van die rivaliteitskwestie af te komen. Althans, dat dacht ik. Daar had men een oplossing voor. De repetitie werd op een zaterdagochtend georganiseerd. Op die bewuste ochtend stapte ik op mijn doortrapper en ging met de band oefenen. Ik had een paar 45-toerenplaten met songs bij me, die ik al min of meer kende. Die had ik ergens te leen kunnen krijgen. Of de repetitie en het optreden met die band een succes zou worden, was voor mij niet belangrijk. Feit was dat ik die competitie ben aangegaan tot op het podium van Theater Oranje. Maar zoals het vaak gebeurt: van het ene komt het andere. Ik werd gevraagd om in het kerkkoor van Rincón te gaan zingen. Daarna ben ik benaderd om aan een op te richten band mee te werken. De band TNT Power werd in januari 1972 opgericht. Eén van onze eerste optredens was in het voorprogramma van Nelson Ned, een Argentijnse zanger met een lichaamslengte van ongeveer 1.50 m en met een dijk van een stem. Het liep zo lekker met onze band, dat er grote plannen werden gemaakt met de TNT Power Band: een toer in het buitenland. Daarvoor maakte de Trans World Radio een opname tijdens een optreden in het gebouw van Cambes, een voormalige Bonairiaanse kledingfabriek. Op Bonaire zelf werd onze band wereldberoemd. We traden op in verschillende hotels, op feesten en speelden ook samen met buitenlandse groepen. Ons repertoire bestond uit songs die meestal zeer actueel waren. Eén van onze favorieten was Down By The River. De gitaar kon minutenlang blijven janken, terwijl op de dansvloer van een halfschemerige zaal je alleen de onderlichamen van de dansers kon zien bewegen. In het halfdonker kon je bij een lach de tanden zien glimmen door het effect van de fluorescente verlichting. Tijdens het dansen gingen zo nu en dan wat ogen open, de bezitters waren dan ook zo high dat het maar voor eventjes was. Daarna sloot men ze weer om verder te dromen op het ritme van onze band. Na mijn vertrek bleef de band nog een tijdje voortbestaan. Later ontstond er een nieuwe groep met een andere muziekstijl die op dat moment in de mode was. De elektrische gitaar had plaatsgemaakt voor het orgel als hoofdinstrument. De elektrische gitaar was in het begin van de jaren zestig geïntroduceerd. Toen waren ook andere bands actief in het dorp. Ik noem The Sky Drivers en The Kaumathie Thrillers. Verder was er in Playa een aantal beatbands zoals The Thunderbirds, The Golden Stars en The Shadows. Melodia 65 was het enige combo toen. Eddy Christiaan was de manager. Thans is Eddy voorzitter van de Asosashon di Musiko Bonaire. Ook als uitvoerend muzikant heeft hij een markante carrière achter de rug. Een bekende muziekgroep uit de jaren vijftig was Trio Sombra de Los Panchos. Deze groep speelde hoofdzakelijk covers van het toen zo populaire Trio Los Panchos. De tot nu toe bekendste muziekgroep van Bonaire is Tipiko Boneriano. Deze werd in 1958 opgericht door o.a. Theo Scherptong en Lan Lan Klarinda. Het repertoire van Tipiko Boneriano bestaat nog steeds vooral uit traditionele muziek van Bonaire.
Dat de Bonairianen in de loop der tijd de reputatie van harde werkers hadden opgebouwd, kan historisch worden verklaart. Nadat de West-Indische Compagnie failliet was gegaan, werd rond 1867 een deel van de gronden van de Staat aan de bevolking verpacht. Bij de mensen ontstond er een behoefte aan economische zelfstandigheid. Sommigen bleven op de plantages werken, terwijl anderen hun eigen land beplantten. Anderen waren met visserij begonnen. Er waren ook mensen die het verder wilden zoeken in de regio. Zij vertrokken naar Curaçao, Cuba, Venezuela of andere gebieden. Op zoek naar een beter bestaan. Met de komst van de olieraffinaderijen op Aruba en Curaçao in 1915 konden vele Bonairianen dichter bij huis blijven. Er was voldoende werkgelegenheid voor iedereen in de petroleumindustrie. Een soortgelijke ontwikkeling heeft het onderwijs gekend. Rond het midden van de negentiende eeuw begon de Bonairiaan zich ook intellectueel te ontwikkelen. In 1852 werd de eerste school op Bonaire opgericht. Naarmate de bevolking meer en meer geëmancipeerd werd, groeide ook de behoefte aan meer onderwijs. Ongetwijfeld zou men op het eiland zèlf iets gedaan hebben om in die behoefte te voorzien, maar degenen die verder wilden, moesten het eiland verlaten. Ook de musicerende Bonairiaan! Rond 1972 was het nog steeds zo en was ik aan de beurt. Mijn LTS-opleiding was bijna afgerond. Ik kon kiezen voor op Bonaire blijven of verder gaan met studeren. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om op Curaçao verder te gaan.
|
Copyright © 2000 - William Anthony
All Rights Reserved
Webmaster