Ter gelegenheid van haar 15-jarig bestaan, zou de Asosashon di Musiko een zangconcours organiseren op 29 en 30 augustus 1983 in het theater Centro Pro Arte. De winnaar zou een reis naar het buitenland krijgen. Zo'n kans kon ik niet zomaar aan mijn neus voorbij laten gaan. Maar er kwam roet in het eten. Tussen El Toro en mij ontstond onenigheid. Hij weigerde het orkest voor me te dirigeren en verbood het orkest me tijdens de repetities te begeleiden. Onder dat evenement kwam toen een bom heuse te liggen. Het scheelde maar weinig of hij was ontploft. Een breuk tussen El Toro en mij was onvermijdelijk. Vóór dat incident hadden we altijd goed met elkaar samengewerkt. Hij kwam bij me thuis en ik bij hem thuis, hij schreef de arrangementen, dirigeerde vaak het orkest en ik zong. Kortom, muzikaal gezien hadden we goede banden met elkaar. Misschien voor anderen zó goed, dat het bij hen jaloezie opwekte. Nou, geroddel en kwaadsprekerij kunnen een heleboel kapotmaken. Ik denk dat dit de voeding was voor de onenigheid tussen El Toro en mij. En wie is er wijzer van geworden? De organisatoren gaven me de keus: een compromis tekenen of afzien van deelname. Met dat compromis zou ik verklaren dat aan El Toro niets te verwijten viel. Wat was er namelijk aan de hand? De arrangementen voor mijn uit te voeren songs waren zoekgeraakt. Blijkbaar hadden de organisatoren onraad geroken, want toen ik in de bibliotheek van het Cultureel Centrum Curaçao naar binnen werd geroepen, lag de verklaring al klaar op tafel om getekend te worden. Het leek me beter die verklaring te tekenen. Zeker toen ik een functionaris van het Departement van Kultuur, de voorzitters van het Cultureel Centrum en de Asosashon di Musiko in de zaal zag. Die waren als getuigen opgeroepen. Pff, wat een overwicht, zeg! El Toro moest me zijn excuses aanbieden en tegen het orkest zeggen dat ze mijn arrangementen moesten spelen. Na al die perikelen rond mijn deelname aan het festival zou wellicht men verwacht hebben dat ik emotioneel niet in staat zou zijn om mee te doen. Het tegengestelde is gebleken, want het was alsof een bijzondere kracht in me tot leven kwam. 'Mister Dress', zoals ik een keer toegeschreeuwd werd, kreeg het wederom voor elkaar. Ik heb het eerste Festival Voz y Canción 1983 op Curaçao triomfantelijk gewonnen. Twee prijzen heb ik gewonnen op die avond. Dus al die heisa was voor niets geweest. De ene prijs kreeg ik in de categorie stem en de andere was voor het brengen van Ven A Mi Mundo Cosmico: een compositie van Tobby Lampe, gearrangeerd door Lito Scarso. Het orkest werd gedirigeerd door Juan Camelia. Mijn concurrenten waren oudgedienden, zoals Lucho Carelli, Ernst Willems, Ingrid Sanchez e.v.a. Over mijn optreden schreef de ochtendkrant Extra in zijn editie van 2 september 1983: 'Het lukt hem eindelijk! Zo is de beste manier om de overwinning te beschrijven van een jonge zanger zoals William Anthony die, ondanks alle boycot en struikelblokken waarmee begaafde lokale artiesten geconfronteerd worden, gewoon door is blijven bewegen in zijn kick totdat het nu overtuigend is dat in hem Curaçao een potentiële vertegenwoordiger heeft. Buiten dat heeft William aangetoond een geducht acteur te zijn. En William Anthony is een groot artiest. Zijn talent om van hem een groot personage op het podium te maken is allang bekend. Wij weten dat William Anthony hard werkt en daardoor geeft het resultaat van dit festival hem alleen maar moed om door te gaan.' Ondanks dat alles gaf El Toro mij een aantal handige adviezen, zodat ik met beide benen op de grond kon blijven staan. In het belang van datgene waarmee je bezig bent is het soms nodig om principes aan de zijkant te zetten. Na het festival werd voor de winnaar op 5 september 1983 een diner aangeboden door de Dienst Cultuur van het Eilandgebied Curaçao in het Las Palmas Hotel & Vacation Village. Enkele weken later stond in Ultimo Noticia: 'Zal de Bonairiaan William Anthony, absolute winnaar van het festival, dat door de Asosashon di Musiko di Korsou werd georganiseerd, dit keer onze vertegenwoordiger zijn?' Dat gebeurde. Weliswaar met een ander lied, maar ach. In de rubriek Farandula van Extra kwam een artikel: 'William Anthony zal niet naar Puerto Rico gaan met Ven a mi mundo cosmico. De winnaar van het festival Bos y Canción di Asosashon di Musico, William Anthony, zal met alle waarschijnlijkheid tijdens het festival Bos y Cancion op Puerto Rico, een ander lied ten uitvoering brengen dan hier op Curaçao het geval was. Volgens bij de Extra binnengekomen informaties zal Ven a mi mundo cosmico niet naar Puerto Rico gaan. In verband hiermee hebben wij de lokale zanger benaderd en hij heeft bevestigd dat er een kans bestaat dat hij het lied van Toby Lampe op Puerto Rico niet zal uitvoeren.' Natuurlijk niet. Reglementair was dat lied uitgesloten, omdat ik er al eerder mee had deelgenomen aan dat festival. In 1977 wel te verstaan. Dus ik wist het wel: twee keer meedoen met hetzelfde lied was niet toegestaan. De organisatoren hadden het ook kunnen weten. Zij hielden hun mond dicht. Zou men gedacht hebben dat ik door diskwalificatie alsnog eruit gegooid zou worden? Foei, nee toch!
![]() |
Na het festival op Curaçao begon ik met Lito Scarso te werken aan de compositie Porque Sólo Soñé van hem en Andrés Redondo. Twee Argentijnen. Ik kon goed met Lito communiceren. Hij gaf me op de piano ook wat basisinstructie en aanwijzingen voor de tekstopbouw van mijn lied. De belangstelling van de pers was groot. Extra schreef in zijn editie van 2 november 1983: 'William Anthony heeft nogmaals het gezicht van Curaçao goed naar buiten gebracht. Wederom deed hij zijn optreden in een goede vorm sterk uitkomen in de presentatie van Porqué Sólo Soñé van Andrés Redondo. Hij is tot de finale doorgedrongen en de talentvolle orkestdirigent was maëstro Denny 'El Pagaro' Plantinioni (Dennis Plantijn).' La Prensa was er ook en schreef: 'William Anthony zijn stijl alleen heeft iedereen verslagen. In de categorie stemmen was hij ook beestachtig. Voor William is er een licht in de toekomst.' De finale werd zoals gebruikelijk rechtstreeks op zowel de televisie als de radio naar alle deelnemende landen uitgezonden. De eerste avond van het festival kon ik wel door het podium zakken van de zenuwen. Mijn knieën trilden. Ik had een gevoel dat mijn keel dicht zou klappen en dat het orkest te snel speelde. Uiteindelijk heb ik onder daverend applaus van een tweeduizend koppen tellend publiek het orkest een signaal gegeven om te stoppen en weer opnieuw te beginnen met Porque Sólo Soñé. Ondanks het feit dat ik vreselijk nerveus was, heb ik me tussen de zes finalisten voor stem kunnen plaatsen. Een Puerto Ricaans blad dat ter gelegenheid van het festival werd uitgegeven: 'William heeft een voortreffelijke presentatie, een goede stem en charisma. Hij heeft tijdens eerdere optredens zijn talent en het aangename timbre van zijn stem aangetoond. Bovendien heeft hij door zijn enorme sympathie veel vrienden over de hele wereld gemaakt. Zijn spontane lach is al beroemd. William kent geen haat en wrok. Alle thema's die hij vertolkt zijn geïnspireerd op de eeuwige liefde.'
Bij mijn vertrek uit het hotel kwam de ambassadeur van Costa Rica, geflankeerd door zijn twee bodyguards, het hotel binnenlopen. Hij zag me bij de receptionist staan en zei: 'Je zat niet tussen de prijzen, he.' Het antwoord flapte zo uit mijn mond: 'nee, omdat ik het wachtwoord niet wist.' Lachend verdween hij in de lift naar zijn suite. Voor mijn deelname kreeg ik een leuke herinnering uit handen van de organisatie van het festival. Een oorkonde met de tekst in goud gedrukt op verzegeld papier. Hieronder volgt er een vertaling:
Departamento De Estado
San Juan, Puerto Rico
Aan
William Anthony
Voor zijn deelname aan het Elfde Festival de la Canción y de la Voz de Puerto Rico
willen wij aan hem, die als muzikaal ambassadeur ons de gevoelens, de tradities en de cultuur van zijn land overbrengt, onze erkentelijkheid doen toekomen door hem Verdienstelijk Gastheer van Puerto Rico te verklaren.
Uitgereikt op zondag 18 november 1984 in San Juan, Puerto Rico.
Getekend door Carlos S. Quiros,
Secretario de Estado
|
Ik heb ook veel andere mensen ontmoet, o.a. de naar zijn zeggen uit eigen land verbannen His Serene Highness Prince Kemal Tursan, een aardige vent om mee te lachen; correspondenten uit de British West-Indië; Luis Almeida uit Lima, die me een krant bracht waarin een artikel over me stond; vaste fotograaf Kuri Diaz; een talentcoördinator uit Hollywood; een executive assistant uit de State of Illinois, USA; Jozeph Càsares van het blad El National uit de Dominicaanse Republiek en een te gekke Taka Taka uit Venezuela. Met enkelen van hen heb ik nog een tijdje gecorrespondeerd. Raúl, een journalist uit Hollywood, Californië, bood me een appartement aan als ik daarheen zou komen. Hij liep tijdens het festival rond met een enquêteformulier in het hotel, waar wij verbleven, met o.a. vragen over een Amerikaans activiste, Anita Brian, en wat wil je dat erna je dood op jouw grafsteen zou komen te staan. Als ik nu op dat laatste een antwoord mag geven, zeg ik: 'leven en laten leven'. Herman de Moya, manager van de theater/bioscoopketen Paramount United Artists bracht me in contact met de componist Andrés Montero. Hij woonde in Miami en wilde liedjes voor me gaan schrijven. Hij zag het wel zitten. Maar dat hield wel in dat zowel hij als ik vaker tussen Miami, Puerto Rico en de Nederlandse Antillen heen en weer zouden gaan pendelen. Het zou geweldig zijn geweest, maar tja.
Op een moment begon ik het gevoel te krijgen dat het zo wel mooi was geweest. Hoe graag ik nog even door wilde gaan, ik dacht aan mijn dagelijks brood. Vóór mij waren er veel anderen die, binnen Antilliaanse normen, een succesvolle carrière hadden gekend. Noem bijvoorbeeld Oswald Specht, Humberto Nivi, Vivian Frans en Luti Samsom. Die hadden ook hun brood moeten verdienen bij een werkgever. Dus waarom ik niet? Maar aan de andere kant wilde ik die uitnodigingen om in het buitenland te gaan zingen ook niet afslaan. Ik deed mee aan het OTI festival, dat in de TV-studio van Tele-Aruba werd gehouden. En ik ging naar Venezuela voor deelname aan het Primer Festival Internacional de la Canción de Caracas. Dat kon ik niet zomaar laten liggen! Artiesten uit het hele Caraïbische gebied en Zuid-Amerika waren uitgenodigd voor dat vriendschappelijke muzikale evenement. Het zou een hulde zijn aan Caracas ter gelegenheid van de 416de verjaardag van de stad. De genodigden zouden het wapen van Caracas, El Leon de Oro, uitgereikt krijgen als een onderscheiding. De organisator, John Pastran Casique, schreef een zeer lovende brief aan Fabian de Caso, de voormalige vertegenwoordiger van de regering van Bonaire in Venezuela: 'De organisatie heeft zijn keuze laten vallen op de buitengewone artiest William Anthony, die een uitgebreide bekendheid heeft in de artiestenwereld.' En Fabian was zo blij met die uitnodiging, dat hij de moeite nam deze persoonlijk voor me uit Venezuela mee te nemen. Bij terugkomst uit Venezuela zou ik me gaan bezinnen, vond ik zo. Stoppen met zingen of doorgaan? De verzoeken voor optredens wilde ik niet meer beantwoorden. Ik wilde ermee kappen. Dat heeft zeer vaag tussen de regels door in de krant gestaan in het begin van het jaar. Het blad Kayente schreef: 'William Anthony, zanger van zowel lokaal als internationaal niveau, was een teleurstelling deze keer. Is het niet het moment om terug te trekken? Deze knul kan het zeker stukken beter.' Een 'goede kennis' van me kwam een avond op bezoek met een 'oude vlam' en gaf haar met mijn Spaanse gitaar een romantische serenade op het balkon dat zicht op zee had. Het was met de volle maan, denk ik. Dat heeft me ook geïnspireerd om alles op een rij te zetten. En die 'goede kennis' zei dat ik de strijd niet kon opgeven en vluchten, anders zou ik een verliezer zijn. Van alle kanten werd ik trouwens gestimuleerd om door te gaan. Aanvankelijk echter besloot ik te stoppen. Mijn laatste optreden zou op zondag 20 januari 1985 worden. Ik heb op de opening van de Campeonato Masculino di Softball in Sint Joris Ball Park het Volkslied van Curaçao gezongen. In zijn dankbrief schreef de President van De Curaçaosche Softball Bond, C.A. Homoet: 'Net als bij andere multipel gelegenheden geklaagd wordt over het gebrek aan steun, willen wij U bedanken voor Uw waardevolle inbreng en wij hopen dat uw werk voor de Federatie anderen zal inspireren een steen bij te dragen aan het bevorderen van onze sport.'
![]() |
Copyright © 2000 - William Anthony
All Rights Reserved
Webmaster